ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering ondanks persoonlijke omstandigheden
Appellant ontving een WAO-uitkering die later werd herzien vanwege inkomsten uit arbeid, waardoor een te hoog bedrag was uitgekeerd. Gedaagde, het UWV, vorderde dit bedrag terug via een besluit dat door appellant werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en stelde het terugvorderingsbedrag vast op €11.254,97 bruto.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat de terugwerkende kracht van de toepassing van artikel 44 WAO Pro in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De Centrale Raad overwoog dat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat er teveel was uitbetaald, mede door eerdere ervaringen met kortingsbepalingen en de afhandeling van zijn ontslagzaak.
De Raad stelde vast dat de persoonlijke omstandigheden van appellant, waaronder financiële problemen en sociaal isolement, geen onaanvaardbare gevolgen opleverden die terugvordering in de weg stonden. Ook werd bevestigd dat de terugvordering bruto moest plaatsvinden omdat fiscale verrekening niet meer mogelijk was. De Raad bevestigde daarmee het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €11.254,97 bruto en wijst het hoger beroep af.