ECLI:NL:RBALK:2006:AZ1969
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en intrekking WAO-uitkering en toeslag na werkhervatting
Eiseres ontving een WAO-uitkering en toeslag, maar hervatte haar werkzaamheden per 21 juni 1999. Verweerder stelde vast dat zij daardoor geen recht meer had op uitbetaling van de WAO-uitkering en toeslag en besloot deze met terugwerkende kracht in te trekken en terug te vorderen.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde onder meer strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, onzorgvuldige handelwijze van verweerder en betwisting van de mate van werkhervatting. De rechtbank oordeelde dat eiseres redelijkerwijs had moeten begrijpen dat haar inkomsten uit arbeid invloed hadden op haar uitkering en toeslag, en dat de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO en de intrekking van de toeslag terecht waren.
De rechtbank verwierp de stelling dat de terugwerkende kracht onaanvaardbaar was en vond geen aanleiding om van terugvordering af te zien, mede omdat verweerder de aflosverplichting had laten vervallen. De beroepen werden ongegrond verklaard en de proceskosten niet toegewezen.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de terugvordering van WAO-uitkering en toeslag worden ongegrond verklaard.