ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks ziektewetuitkering
Appellante ontving een bijstandsuitkering en was later tijdelijk in dienst bij een verpleeghuis. Na afloop van het dienstverband ontving zij een ziektewetuitkering over een bepaalde periode. De gemeente vorderde daarop een deel van de bijstand terug, omdat zij meende dat de ziektewetuitkering als inkomen moest worden meegenomen bij de berekening van de middelen.
Appellante stelde dat de ziektewetuitkering onder de vrijstellingsbepalingen van de Algemene bijstandswet viel, waardoor terugvordering niet terecht was. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de ziektewetuitkering inkomsten in verband met arbeid zijn en niet onder de vrijstelling van artikel 43, tweede lid, aanhef en onder l en m van de Abw vallen, die alleen inkomsten uit arbeid betreffen. De tekst en wetsgeschiedenis van de Abw ondersteunen dit onderscheid.
De terugvordering van de bijstand door de gemeente was daarom terecht en de vrijstelling kon niet worden toegepast. De Raad zag geen aanleiding om de proceskosten toe te wijzen en bevestigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand is terecht omdat de ziektewetuitkering niet onder de vrijstelling valt.