ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet aannemelijke schuld en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving een bijstandsuitkering die door het College van burgemeester en wethouders van Maastricht werd ingetrokken vanwege een vermogen dat hoger was dan het vrij te laten bedrag. De intrekking betrof de periode van 22 oktober 1999 tot 1 januari 2000, waarbij tevens terugvordering van de bijstandskosten werd geëist.
De kern van het geschil was of een schuld van f 5.500,-- aan appellantes moeder, voortvloeiend uit de aankoop van een auto, in mindering mocht worden gebracht op het vermogen. De Raad stelde vast dat appellante deze schuld onvoldoende aannemelijk had gemaakt. Zij had de auto en de schuld niet onverwijld gemeld en haar verklaringen waren tegenstrijdig en niet consistent.
De Raad oordeelde dat de koopovereenkomst en de aflossingsafspraken onvoldoende concreet waren om van een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting te spreken. Hierdoor kon geen rekening worden gehouden met de schuld bij de vermogensvaststelling. Bovendien had appellante haar inlichtingenplicht geschonden door het bezit en de waarde van de auto niet tijdig te melden, wat rechtvaardigde dat de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Maastricht bevestigd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd wegens onvoldoende aannemelijke schuld en schending van de inlichtingenplicht.