ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens werkzaamheden als zelfstandige vanaf december 1995
Appellant was sinds 1975 in dienst bij een werkgever en kreeg na ontbinding van de arbeidsovereenkomst in 1995 een WW-uitkering toegekend. Deze uitkering werd beëindigd per 1 januari 1996 omdat appellant werkzaamheden als zelfstandige verrichtte. Later onderzoek toonde aan dat appellant al vanaf 8 december 1995 als zelfstandige actief was, onder meer door oprichting van twee besloten vennootschappen en het factureren van een bedrag van f 10.305,93 aan een opdrachtgever.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant vanaf 8 december 1995 niet langer als werknemer kon worden aangemerkt en dus geen recht meer had op WW-uitkering. Appellant voerde aan dat hij zich nog in de oriëntatiefase bevond en dat de informatievoorziening door gedaagde onduidelijk was, maar de Raad concludeerde dat met de inschrijving van de vennootschappen en het verrichten van werkzaamheden de oriëntatiefase was gepasseerd.
De Raad overweegt dat de informatievoorziening adequaat was en dat het feit dat appellant pas op 2 januari 1996 een managementovereenkomst sloot, niet afdoet aan het feit dat hij al in december 1995 zelfstandige werkzaamheden verrichtte. Het verzoek om een later besluit bij de beoordeling te betrekken werd afgewezen omdat dit geen besluit in de zin van de Awb betreft. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De WW-uitkering is terecht per 8 december 1995 beëindigd wegens werkzaamheden als zelfstandige.