ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Geen WAO-uitkering wegens zelfstandige beroepsuitoefening
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem geen WAO-uitkering toe te kennen. Het Uwv weigerde de uitkering omdat appellant sinds 8 december 1995 werkzaamheden verrichtte als zelfstandige, waardoor hij niet als werknemer in de zin van de WAO kon worden aangemerkt.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet verzekerd was ingevolge de WAO ten tijde van zijn arbeidsongeschiktheid op 12 augustus 2000. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel na behandeling van het hoger beroep.
De Raad overwoog dat appellant vanaf 8 december 1995 daadwerkelijk zelfstandig werkte en daarom niet als werknemer onder de WAO valt. Er is geen andere wettelijke grond om appellant als werknemer te beschouwen. De Raad wees ook een verzoek om proceskostenvergoeding af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De beslissing betekent dat appellant geen aanspraak kan maken op een WAO-uitkering omdat hij niet verzekerd was als werknemer op het moment van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Appellant wordt geen WAO-uitkering toegekend omdat hij als zelfstandige niet als werknemer wordt beschouwd.