ECLI:NL:CRVB:2004:AR2328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ontslag wegens ernstig plichtsverzuim van belastingambtenaar
Appellant was werkzaam als klantmanager bij de Belastingdienst en werd in november 1999 strafrechtelijk onderzocht wegens onder meer schending van zijn geheimhoudingsplicht en ambtelijke corruptie. Na een strafrechtelijk onderzoek werd hij geschorst en uiteindelijk op 3 april 2001 ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit ontslag werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de redelijke termijn was overschreden en dat artikel 6 EVRM Pro van toepassing zou zijn, hetgeen de Raad verwierp. Ook stelde appellant dat het openbaar ministerie het proces-verbaal onrechtmatig ter beschikking had gesteld, wat niet werd gevolgd. Appellant erkende diverse misstappen, maar vond het ontslag disproportioneel gezien zijn lange staat van dienst en persoonlijke omstandigheden.
De Raad oordeelde dat de schending van de geheimhoudingsplicht een ernstige aantasting van het vertrouwen in een belastingambtenaar vormt. Daarnaast waren de nevenactiviteiten verboden en onverenigbaar met zijn functie. De Raad vond het ontslag proportioneel en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.