ECLI:NL:CRVB:2004:AR3458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toeslag ouderdomspensioen bij partner met WUV-uitkering
Appellant kreeg vanaf maart 1998 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Tegelijkertijd werd hem medegedeeld dat hij geen toeslag op dit pensioen zou ontvangen omdat zijn partner een uitkering op grond van de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) ontving, welke uitkering als inkomen in verband met arbeid op de toeslag in mindering werd gebracht.
Na een eerdere uitspraak van de Raad in juni 2000 werd het beleid van gedaagde aangepast, waardoor de WUV-uitkering vanaf 1 juni 2000 niet langer op de toeslag werd gekort. Dit leidde tot een herziening met terugwerkende kracht tot die datum. Appellant stelde echter dat de toeslag al vanaf maart 1998 volledig toegekend had moeten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat rechtszekerheid een terugwerkende herziening vóór de datum van de beleidswijziging niet vereist. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat een rechterlijke uitspraak niet automatisch leidt tot herziening van alle eerdere beslissingen. De Raad acht het beleid van gedaagde en de marginale toetsing van de rechter passend en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant geen toeslag op zijn AOW-pensioen krijgt vanwege de WUV-uitkering van zijn partner.