ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit over AOW-toeslag in verband met AOV-uitkering echtgenote
De Sociale Verzekeringsbank had aan gedaagde een gedeeltelijke toeslag op zijn AOW-pensioen toegekend, waarbij het bedrag van de toeslag werd verminderd met een AOV-uitkering die zijn echtgenote ontving. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de AOV-uitkering niet als inkomen uit of in verband met arbeid kon worden beschouwd volgens het Inkomensbesluit AOW 1996.
In hoger beroep betoogde de Sociale Verzekeringsbank dat de AOV-uitkering wel als zodanig moest worden aangemerkt op grond van artikel 7, eerste lid, sub j, van het Inkomensbesluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het Inkomensbesluit niet kan leiden tot vermindering van de toeslag met inkomen dat niet als inkomen uit arbeid kan worden aangemerkt.
De Raad stelde vast dat de echtgenote van gedaagde een arbeidsverbod had en haar verzekeringsloopbaan uitsluitend gebaseerd was op ingezetenschap in de Nederlandse Antillen, waardoor de AOV-uitkering niet als inkomen uit arbeid kan worden beschouwd. Daarom kon de AOV-uitkering niet op de toeslag in mindering worden gebracht.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Sociale Verzekeringsbank tot betaling van de volledige toeslag vanaf 1 januari 1997, vermeerderd met wettelijke rente, alsmede in de proceskosten en leges.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank tot betaling van de volledige AOW-toeslag met rente en proceskosten.