ECLI:NL:CRVB:2004:AR3603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding terugvordering onverschuldigde bijstand
Appellante verzocht de gemeente Helmond om kwijtschelding van een bedrag van f 25.979,25 dat zij op grond van een beschikking van de kantonrechter moest terugbetalen wegens ten onrechte ontvangen bijstand. Dit verzoek werd door de gemeente afgewezen omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van het gemeentelijke debiteurenbeleid en artikel 78c van de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad beoordeelde of aan de voorwaarden van artikel 78c Abw was voldaan, in het bijzonder of het aannemelijk was dat appellante op enig moment nog betalingen zou verrichten.
De Raad stelde vast dat appellante gedurende vijf jaar geen betalingen had verricht, maar dat niet was voldaan aan de voorwaarde dat niet aannemelijk is dat zij nog zal betalen. De situaties waarin afzien van terugvordering gerechtvaardigd is, deden zich niet voor. Ook het ontbreken van huidige aflossingscapaciteit was onvoldoende om kwijtschelding te rechtvaardigen.
Daarom was de gemeente niet bevoegd om af te zien van terugvordering. De Raad zag geen reden om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de terugvordering onverschuldigde bijstand wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.