ECLI:NL:CRVB:2004:AR4068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijnen bij uitkeringsbesluiten Algemene Bijstandswet niet verschoonbaar overschreden
Appellant had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam die zijn bijstandsuitkering beëindigden en een latere aanvraag afwezen. De Raad oordeelt dat op grond van artikel 34 van Pro de Algemene Bijstandswet (ABW) bezwaar binnen een maand na kennisname van het besluit moet worden ingediend.
Hoewel het besluit van 26 augustus 1988 niet aan appellant was verzonden, kon hij hiervan op 16 november 1989 kennis nemen tijdens een gesprek met gedaagde. De bezwaartermijn eindigde daarom op 16 december 1989. Ook het besluit van 15 juni 1989 werd betwist in ontvangst te zijn genomen, maar het risico van niet-bewijs van ontvangst ligt bij gedaagde.
De Raad concludeert dat de bezwaartermijnen ruimschoots zijn overschreden en deze termijnoverschrijdingen niet verschoonbaar zijn. Daarom is het bezwaar van 17 oktober 2000 terecht niet-ontvankelijk verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de besluiten is niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijnen.