ECLI:NL:CRVB:2004:AR4373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Passende arbeid bij weigering uitkering docent techniek volgens BWOO
De zaak betreft een geschil over de vraag of de aangeboden functie van docent techniek passend is in de zin van artikel 10, derde lid, van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO). Gedaagde, een voormalig docent met een tijdelijke aanstelling die niet werd verlengd, kreeg een uitkering toegekend wegens arbeidsurenverlies. Appellant, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, weigerde de uitkering tijdelijk geheel omdat gedaagde passende arbeid zou hebben nagelaten te aanvaarden.
De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd omdat er geen sprake was van passende arbeid. In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag of de functie van docent techniek passend is. Appellant stelt dat gedaagde bevoegd is het vak te geven en dat de functie ook in deeltijd vervuld kan worden. Gedaagde voert aan dat zij wel bevoegd is maar onbekwaam, mede vanwege een eerdere mislukking en medische klachten.
De Raad oordeelt dat het aan appellant is om te beoordelen of de functie passend is, maar dat het enkele feit van bevoegdheid onvoldoende is. Er ontbreekt essentiële informatie over de inhoud van de functie en appellant heeft onvoldoende onderzoek gedaan, waaronder een niet doorgegaan medisch onderzoek. Daarom is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en moet een nieuw besluit worden genomen.
Ten aanzien van de proceskosten corrigeert de Raad de rechtbank door het aantal proceshandelingen te verminderen en stelt de proceskosten vast op €322 in eerste aanleg en €664,40 in hoger beroep, te betalen door de Staat. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd behalve op het punt van de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het besluit tot tijdelijke gehele weigering van uitkering wordt vernietigd en appellant dient een nieuw besluit te nemen.