ECLI:NL:CRVB:2004:AR4402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling personeelsfunctionering medewerker Belastingdienst in hoger beroep bevestigd
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst als groepsfunctionaris C, stelde hoger beroep in tegen een personeelsbeoordeling over de periode 1 december 1999 tot 1 maart 2001. De beoordeling was deels aangepast na bezwaar, maar appellant betwistte met name de inhoudelijke waardering op het criterium productgerichtheid.
De Raad oordeelde dat de procedurele bezwaren gegrond waren, maar dat deze gebreken niet tot belangenverlies van appellant hadden geleid, zodat deze niet tot vernietiging van de beoordeling leidden. Inhoudelijk kon appellant niet overtuigend aantonen dat de gehanteerde cijfers onjuist waren of dat zijn productie significant hoger was dan die van ervaren collega’s, zodat de score “zeer goed” passend bleef.
Verder werd overwogen dat de zwaarte van de zaken die appellant behandelde gelijk was aan die van zijn collega’s, en dat ziekteverzuim in de beoordeling was meegenomen. Andere grieven over de werkomstandigheden en leidinggevende factoren werden als niet relevant voor de beoordeling van het functioneren beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 14 oktober 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep af.