Eiser, werkzaam als surveillant B bij de politie-eenheid Rotterdam, verzocht om doorstroming van generalist GGP naar senior GGP. Verweerder stelde als eis dat ten minste 80% van de competenties met een score 4 (uitstekend) moest zijn beoordeeld om te spreken van een beoordeling 'boven de norm'. Eiser behaalde 75% met score 4, wat volgens verweerder onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat deze invulling van de beoordelingsnorm onredelijk was, omdat het beoordelingssysteem geen eindscore kent en het HAP II-beleid niet voorziet in zo'n strikte eis. Tevens stelde de rechtbank vast dat de lagere scores op twee competenties onjuist waren en dat alle competenties op niveau 4 moesten worden vastgesteld.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, wijzend het beroep toe en stelt eiser aan als senior GGP met terugwerkende kracht vanaf de datum waarop aan de voorwaarden werd voldaan, doch niet eerder dan 1 november 2010. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten.