ECLI:NL:CRVB:2004:AO6729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens gebrekkige motivering en schending eerlijk proces
Appellante, werkgever van een werkneemster die een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, maakte bezwaar tegen het besluit tot toekenning en voortzetting van deze uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de gemachtigde van appellante, een sociaal-juridisch medewerker, onterecht geen toestemming had gekregen om medische stukken in te zien, wat in strijd was met het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. Tevens was de motivering van het medische oordeel dat de werkneemster geen benutbare mogelijkheden had, gebrekkig en onvoldoende onderbouwd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de bevindingen van de Raad. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde recht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot toekenning en voortzetting van de WAO-uitkering wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt gelast.