ECLI:NL:CRVB:2004:AR4815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering na overgang onderneming na faillissement
Appellant verzocht om een WW-uitkering na het faillissement van zijn werkgever. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat de onderneming was overgenomen door een andere vennootschap, waardoor de aanspraken van werknemers volgens artikel 7:663 BW Pro overgingen.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, een uitspraak die appellant in hoger beroep aanvocht. Hij stelde dat er geen sprake was van een overgang van onderneming, omdat er geen overname was van personeel, gebouwen, productiemiddelen, inventaris of opdrachtgevers.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad vond dat het dossier, met brieven, facturen, salarisspecificaties en een onderzoeksrapport, een consistent beeld gaf dat de onderneming was overgedragen. Hierdoor bleef het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak in stand.
De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en bevestigde de afwijzing van de WW-uitkering door het Uwv.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WW-uitkering wegens overgang van onderneming.