ECLI:NL:CRVB:2004:AR4848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar en terugvordering toeslag Wajonguitkering
Appellant ontvangt sinds 1976 een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die vanaf 1998 is vervangen door een Wajong-uitkering. Vanaf 1990 ontving hij een aanvulling op zijn uitkering, die in 1998 werd vervangen door een toeslag voor samenwonenden. Na onderzoek bleek dat appellant samenwoonde met een betrokkene in bepaalde periodes waarop de toeslag onterecht werd toegekend.
Gedaagde beëindigde daarom bij besluiten van 7 maart 2000 de toeslag over die periodes en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. In hoger beroep betoogde appellant dat hij pas op 4 augustus 2000 kennis nam van de besluiten, zodat het bezwaar tijdig was ingediend.
De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn startte op de dag na verzending van de besluiten, ongeacht de datum van ontvangst. Omdat de besluiten niet aangetekend waren verzonden, kon appellant stellen dat hij ze niet had ontvangen, maar hij moest dan wel zo spoedig mogelijk bezwaar maken na kennisname. Aangezien het bezwaar pas op 1 september 2000 werd ingediend, was dit niet spoedig genoeg. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.