ECLI:NL:CRVB:2019:1120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening na aangetekende verzending besluit
Appellant ontving vanaf 1 april 2010 bijstand en kreeg bij besluit van 13 september 2013 het recht op bijstand ingetrokken over de periode 1 augustus 2010 tot 1 oktober 2011, met terugvordering van €16.367,38. Dit besluit werd aangetekend verzonden naar het detentieadres van appellant in het buitenland.
Appellant maakte bezwaar bij fax op 7 juni 2017, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het besluit hem niet persoonlijk had bereikt vanwege slechte omstandigheden in de gevangenis, waardoor het recht op toegang tot de rechter werd geschonden.
De Raad oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt door aangetekende verzending naar het juiste adres, waardoor de bezwaartermijn begon te lopen. Appellant had erkend pas in december 2016 van het besluit op de hoogte te zijn geraakt, maar diende het bezwaar pas vijf maanden later in, wat niet spoedig was. Dit leidde tot bevestiging van de niet-ontvankelijkverklaring en afwijzing van het beroep zonder schending van artikel 6 EVRM Pro.
De Raad wees proceskosten af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, en het hoger beroep wordt afgewezen.