ECLI:NL:CRVB:2017:1354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- H. van Leeuwen
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij beëindiging toeslag WIA-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 7 juni 2013 waarin de toeslag op haar WIA-uitkering werd beëindigd met terugwerkende kracht vanaf 5 augustus 2012. Het bezwaar werd echter pas op 23 augustus 2013 ingediend, terwijl de bezwaartermijn zes weken bedroeg en de kennisgeving van het besluit op 8 augustus 2013 plaatsvond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat het bezwaar buiten de termijn was ingediend en de overschrijding niet verschoonbaar was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij na ontvangst van het besluit zo spoedig mogelijk bezwaar had gemaakt, maar dit werd niet aanvaard omdat zij pas na vijftien dagen een advocaat inschakelde en er geen steun was voor haar stelling dat zij was geïnformeerd dat bezwaar niet meer mogelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het besluit op het juiste adres had verzonden, appellante tijdig kennis had genomen van het besluit, en dat het bezwaar te laat was ingediend zonder dat sprake was van een verschoonbare reden. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.