ECLI:NL:CRVB:2004:AR5397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor therapeutische hulp wegens ontbreken noodsituatie
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor therapeutische hulp bij de verwerking van traumatische ervaringen. De gemeente Amsterdam wees dit af omdat er een voorliggende voorziening was en geen sprake was van een noodsituatie als bedoeld in artikel 17, derde lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank vernietigde aanvankelijk het besluit wegens onvoldoende onderzoek naar de zorgvuldigheid van het GGD-advies. Na aanvullend onderzoek bevestigde de rechtbank later de afwijzing omdat het GGD-advies zorgvuldig was en de voorwaarden voor bijzondere bijstand niet waren vervuld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten als toereikende voorliggende voorzieningen gelden. De door appellante aangevoerde negatieve ervaringen met behandelaars vormen geen reden om hiervan af te wijken. Ook de opgebouwde vertrouwensband met de therapeut en het voortzetten van de behandeling vormen geen zeer dringende reden.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de genoemde vergelijkbare gevallen zich onderscheiden door een positief GGD-advies. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand wegens het ontbreken van een noodsituatie en het bestaan van een voorliggende voorziening.