ECLI:NL:CRVB:2004:AR5398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet-noodzakelijke HBO-Verpleegkundige opleiding en overschrijding bezwaartermijn
Appellante vroeg bijstand aan terwijl zij een HBO-Verpleegkundige opleiding volgde. Gedaagde stelde vast dat deze opleiding ten minste 19 uur per week in beslag nam en besloot dat de opleiding niet als noodzakelijke scholing werd aangemerkt, waardoor zij het derde jaar niet met behoud van uitkering kon volgen. Appellante moest zich oriënteren op werk en zich inschrijven bij uitzendbureaus.
Na bezwaar en heronderzoek beëindigde gedaagde de uitkering per 1 januari 2002, later gewijzigd naar 1 februari 2002. Appellante maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar het bezwaar tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.
De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs verweten kan worden niet tijdig bezwaar te maken tegen het eerste besluit, mede omdat er geen onjuiste of onvolledige informatie was verstrekt die gerechtvaardigde verwachtingen wekte. Ook was er geen sprake van zeer dringende redenen die bijstand ondanks de regels noodzakelijk maakten.
De Centrale Raad bevestigde daarmee de beëindiging van de bijstandsuitkering en wees het beroep van appellante af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de bijstandsuitkering wegens het volgen van niet-noodzakelijke scholing en verklaart het bezwaar tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk.