ECLI:NL:CRVB:2004:AR5532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- M.M. van der Kade
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering bij toegenomen arbeidsongeschiktheid en oorzakelijk verband
Appellant verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Gedaagde, het UWV, weigerde dit op grond dat de toename niet voortkwam uit dezelfde ziekteoorzaak als de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de fibromyalgieklachten een andere oorzaak hadden dan de oorspronkelijke rugklachten. Appellant bracht medische informatie in hoger beroep aan, waaronder rapportages van een neuroloog en reumatoloog, die een toename van tendomyogene klachten bevestigden.
De Raad overwoog dat bij twijfel over het oorzakelijk verband de balans ten gunste van appellant moet uitvallen. De Raad stelde dat de maatstaf onjuist was toegepast door gedaagde en dat alleen een toename door een andere oorzaak een herziening in de weg staat.
De Centrale Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. Gedaagde moet een nieuw besluit nemen over de mate en datum van toegenomen arbeidsongeschiktheid. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering herziening WAO-uitkering wordt vernietigd.