ECLI:NL:CRVB:2004:AR5591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van woonkostentoeslag bij bijzondere bijstand en hypothecaire schuld
In deze zaak staat de hoogte van de toegekende bijzondere bijstand voor woonkosten centraal. Appellant betwistte dat de woonkostentoeslag niet hoger werd vastgesteld dan ƒ 290,-- per maand, waarbij hij stelde dat een hypothecaire schuld van ƒ 100.000,-- aan een derde partij in aanmerking genomen had moeten worden.
De rechtbank Arnhem had reeds geoordeeld dat deze schuld buiten beschouwing mocht blijven omdat er geen aflossingen of rente werden betaald, waardoor de schuld niet leidde tot hogere woonlasten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na beoordeling van de feiten en het ingebrachte verweer.
De Raad overweegt dat zonder daadwerkelijke lasten zoals rente of aflossing, er geen sprake is van kosten in de zin van artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet. De door appellant aangevoerde ondeugdelijke handelwijze van zijn accountant verandert hier niets aan. De Raad ziet geen reden om het beroep gegrond te verklaren en bevestigt het besluit van de gemeente Nijmegen.
Uitkomst: De woonkostentoeslag is terecht vastgesteld zonder rekening te houden met een niet-afgeloste en niet-rentebetalende hypothecaire schuld.