ECLI:NL:CRVB:2004:AR5617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens volgen voltijds onderwijs en terugvordering onverschuldigde bijstand
Appellant ontving vanaf maart 1995 bijstand en was vanaf het studiejaar 2000-2001 ingeschreven als voltijds student aan de Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR). Gedaagde schortte het recht op bijstand op en trok het met terugwerkende kracht in vanaf 1 september 2000, omdat appellant niet tijdig en niet voldoende had geïnformeerd over zijn studie.
De Raad concludeert dat appellant onvoldoende objectieve gegevens over zijn inschrijving en studiebelasting heeft verstrekt. De verklaring van de IUR van 30 oktober 2000, overhandigd door appellant zelf, vormde een zwaarwegend bewijs dat hij voltijds studeerde met een studiebelasting die het recht op bijstand uitsloot volgens artikel 9, tweede lid, aanhef en onder c, van de Abw.
Verder werd het recht op bijstand over de periode van 1 september 1998 tot 1 september 2000 ingetrokken vanwege het niet verstrekken van gevraagde studiedocumenten. De terugvordering van de onverschuldigd betaalde bijstand werd toegewezen. De Raad zag geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van onverschuldigde bijstand worden bevestigd.