ECLI:NL:CRVB:2004:AR5919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland
Appellant, van Turkse nationaliteit, verzocht op 10 januari 2000 om een bijstandsuitkering. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage wees dit verzoek af omdat appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef volgens de Algemene bijstandswet (Abw). Na bezwaar verleende het College bijstand over de periode van 10 januari tot en met 24 mei 2000, maar verklaarde het bezwaar voor het overige ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. De Raad onderschreef dat appellant geen recht had op bijstand omdat hij niet als vreemdeling in de zin van de Vreemdelingenwet werd beschouwd en niet gelijkgesteld kon worden met een Nederlander. Tevens oordeelde de Raad dat het onderscheid naar nationaliteit gerechtvaardigd was en dat de beëindiging van de bijstand niet in strijd was met het Europees Verdrag voor Sociale en Medische Bijstand.
De Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken door rechter Th.C. van Sloten op 16 november 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de bijstandsuitkering wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland.