ECLI:NL:CRVB:2004:AR5932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-gemelde bankrekeningen en boeteoplegging
Appellante ontving vanaf juni 1996 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Vanaf oktober 1996 werkte zij 16 uur per week, waarbij inkomsten op de uitkering werden gekort. De Belastingdienst verstrekte gegevens over renteopbrengsten, waarna gedaagde ontdekte dat appellante twee bankrekeningen bij VSB had die zij niet had gemeld. Uit onderzoek bleek dat haar vader regelmatig geld op een van deze rekeningen stortte en dat appellante betalingen deed vanuit deze rekeningen. Ook stond een auto op haar naam, betaald door haar vader.
Gedaagde beëindigde de bijstandsuitkering per 1 maart 2001 en reviseerde de uitkering over de periode juni 1996 tot februari 2001, waarbij bijstandskosten werden teruggevorderd. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht. Appellante voerde aan dat de rekeningen op haar naam stonden vanwege de zorg voor haar vader en dat zij deze rekeningen gebruikte voor hem.
De Raad oordeelde dat appellante gehouden was de rekeningen tijdig te melden omdat deze van belang waren voor het recht op bijstand. De schending van de inlichtingenplicht maakte het recht op bijstand onvaststelbaar. De Raad vernietigde het besluit tot intrekking en beëindiging van de uitkering wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De boete werd bevestigd omdat geen dringende redenen tot matiging aanwezig waren. De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en beëindiging van bijstand vernietigd, boete bevestigd en proceskosten toegewezen aan appellante.