ECLI:NL:CRVB:2004:AR6030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor treintaxi en begeleidingskosten niet gerechtvaardigd
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor reiskosten, waaronder treintaxi en begeleidingskosten, in verband met bezoeken aan haar dochter die onder toezicht van de kinderrechter verbleef. De gemeente kende bijzondere bijstand toe voor treinkaartjes, maar wees de kosten van treintaxi en begeleiding af wegens onvoldoende bewijs van noodzakelijkheid.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het bezwaar voor de periode vanaf 1 augustus 2000 niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat er geen aanvraag voor die periode was gedaan. Daarom vernietigde de Raad het besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
De Raad oordeelde verder dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gebruik van de treintaxi en begeleiding noodzakelijk was. Medische verklaringen boden geen objectief bewijs van noodzaak. Daarom was er geen grond voor bijzondere bijstand voor deze kosten.
Ten slotte veroordeelde de Raad de gemeente Utrecht in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan haar werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de periode vanaf 1 augustus 2000 wegens niet-ontvankelijkheid, maar bijzondere bijstand voor treintaxi en begeleidingskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan noodzakelijkheid.