ECLI:NL:CRVB:2004:AR6061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende verrekening inkomsten
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Groningen waarin zijn bijstandsuitkering werd herzien vanwege onvoldoende verrekening van inkomsten als taxichauffeur. Tevens werd een bedrag aan kosten van bijstand teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij minder terug hoefde te betalen, dat hem verwachtingen waren gewekt dat terugvordering niet zou plaatsvinden, en dat een deel van zijn inkomsten als zelfstandige zou zijn vrijgelaten.
De Raad oordeelde dat de inkomsten niet correct waren verrekend en dat de herziening en terugvordering terecht waren. Er waren geen rechtsgeldige toezeggingen gedaan die terugvordering uitsloten, noch waren er dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd.