ECLI:NL:CRVB:2004:AR6092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens ontoereikende motivering
Appellante, voormalig uitzendkracht, meldde zich ziek met rugklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medisch onderzoek werd zij hersteld verklaard, waarna het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) het ziekengeld stopzette. Dit besluit werd door de rechtbank als een feitelijke mededeling aangemerkt, waartegen geen beroep openstaat, en deze uitspraak werd bevestigd.
Appellante had ook een WAO-uitkering aangevraagd, die werd geweigerd omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard. De Centrale Raad oordeelde echter dat het UWV ten onrechte het criterium van 52 weken ziekengeld ontving gebruikte in plaats van 52 weken arbeidsongeschiktheid, en dat het besluit ontoereikend gemotiveerd was.
De Raad vernietigde het besluit tot weigering van de WAO-uitkering en bepaalde dat het UWV binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde recht. De uitspraak bevestigt het belang van een juiste motivering en onderscheid tussen feitelijke mededelingen en besluiten in het bestuursrecht.
Uitkomst: Besluit tot weigering WAO-uitkering vernietigd wegens ontoereikende motivering; mededeling hersteldverklaring geen besluit.