ECLI:NL:CRVB:2004:AR6155
Centrale Raad van Beroep
- Cassatie
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken hoofdverblijf in gemeente
Appellant ontving sinds 1983 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers, voortgezet onder de Algemene bijstandswet (Abw). In 1998 ontstond het vermoeden dat appellant niet woonde op het opgegeven adres in de gemeente Barneveld. Een onderzoek door de sociale recherche leidde tot het besluit van 10 juni 1999 om de bijstandsuitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 april 1989 in te trekken en gemaakte kosten terug te vorderen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen dit besluit deels gegrond en vernietigde het besluit voor de periode tot 1 juli 1997, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant gedurende de gehele periode zijn feitelijk hoofdverblijf buiten de gemeente Barneveld had en daardoor geen recht op bijstand jegens deze gemeente bestond.
De Raad bevestigt dat de verklaringen van appellant en appellante tegenover de sociale recherche als betrouwbaar mogen worden beschouwd. Appellant heeft zijn inlichtingenplicht geschonden, wat de toepassing van terugvordering en intrekking rechtvaardigt. Echter, omdat appellant geen hoofdverblijf had in de gemeente Barneveld, is het besluit tot intrekking en terugvordering wegens gezamenlijke huishouding buiten die gemeente onjuist en dient het te worden vernietigd.
De Raad veroordeelt de gemeente Barneveld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. Het primaire besluit van 10 juni 1999 wordt vernietigd voor zover het is gebaseerd op het ontbreken van een hoofdverblijf in de gemeente Barneveld.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering wordt vernietigd wegens ontbreken van hoofdverblijf in de gemeente Barneveld.