ECLI:NL:CRVB:2004:AR6510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit niet in behandeling nemen bijstandsaanvraag wegens niet tijdig verstrekken gegevens
Appellant heeft op 5 maart 2001 een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering bij het College van burgemeester en wethouders van Utrecht. Tijdens het intakegesprek op 29 maart 2001 kon appellant niet alle benodigde gegevens overleggen, waarna hem een hersteltermijn werd geboden om onder meer bankafschriften van oktober 2000 tot en met januari 2001 aan te leveren. Ondanks een tweede hersteltermijn tot 26 april 2001, werden de gevraagde gegevens niet tijdig verstrekt.
Het College besloot op 3 mei 2001 de aanvraag niet verder in behandeling te nemen op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bezwaar tegen dit besluit werd op 24 augustus 2001 ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde deze beslissing in een uitspraak van 1 augustus 2002. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat het besluit onterecht was.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het bestuursorgaan terecht een hersteltermijn heeft gesteld en dat appellant niet heeft voldaan aan de verplichting om de benodigde gegevens te verstrekken. Er was geen verzoek om verlenging of mededeling van onmogelijkheid. De Raad oordeelde dat het besluit om de aanvraag niet verder in behandeling te nemen rechtmatig was en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstandsuitkering wordt niet verder in behandeling genomen wegens het niet tijdig verstrekken van de gevraagde gegevens.