ECLI:NL:CRVB:2004:AR6895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde schenkingen
Appellant ontving sinds december 1998 een bijstandsuitkering en gaf pas in juni 1999 aan dat hij maandelijks duizend gulden van een familielid ontving, gestort op een spaarrekening. De gemeente Arnhem legde een boete op wegens het niet melden van deze inkomsten en trok de uitkering over de periode december 1998 tot juli 1999 in met terugvordering van het onterecht ontvangen bedrag.
De Raad oordeelt dat de ontvangen bedragen terecht als inkomen uit schenkingen zijn aangemerkt, omdat ze periodiek werden ontvangen en direct voor levensonderhoud konden worden ingezet, ongeacht dat ze op een spaarrekening werden gestort. De stelling dat het om een lening zou gaan, wordt verworpen vanwege het ontbreken van schriftelijke bewijs en het niet melden hiervan bij aanvraag en heronderzoek.
De Raad bevestigt dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat de intrekking en terugvordering van de bijstand terecht zijn toegepast conform de Algemene bijstandswet. Ook de opgelegde boete wordt als passend beoordeeld, omdat geen dringende redenen zijn gebleken om hiervan af te zien.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Arnhem bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering en de opgelegde boete wegens het niet melden van inkomsten uit schenkingen.