ECLI:NL:CRVB:2004:AR7272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellant ontving vanaf 1 februari 1999 bijstand als alleenstaande ouder. Na een melding dat appellant werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden, voerde de gemeente onderzoek uit. Op basis hiervan werd het recht op bijstand ingetrokken en de bijstandskosten teruggevorderd. Appellant voerde aan dat de werkzaamheden beperkt waren en de inkomsten gering.
De Raad stelt vast dat appellant inderdaad werkzaamheden heeft verricht en inkomsten heeft ontvangen zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht inhoudt. Echter is onvoldoende feitelijke grondslag aanwezig om te concluderen dat appellant gedurende de gehele periode over voldoende middelen beschikte om bijstand te weigeren.
Daarom vernietigt de Raad het besluit tot intrekking van de bijstand wegens strijd met de Awb, maar laat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand omdat appellant door het niet bijhouden van administratie het risico heeft genomen dat de exacte inkomsten niet kunnen worden vastgesteld. De terugvordering van bijstandskosten wordt bevestigd. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de terugvordering wordt bevestigd.