ECLI:NL:CRVB:2004:AR8516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening BWOO-uitkeringen wegens verzwegen inkomsten en onjuiste sanctietoepassing
Appellant, werkzaam als leraar lichamelijke opvoeding, ontving BWOO-uitkeringen vanaf 1995. Uit onderzoek bleek dat hij vanaf 1994 werkzaamheden verrichtte bij Stichting Studentenvoorzieningen Rotterdam en Erasmus Plus BV, zonder dit te melden aan de uitkeringsinstantie. Op basis hiervan herzag de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de uitkeringen en legde sancties op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de herziening berust op een onjuiste grondslag. De Raad stelt dat de uren die appellant bij SSVR werkte als vrijgelaten uren hadden moeten worden betrokken bij de uitkeringsvaststelling. Daarnaast was de sanctietoepassing onjuist omdat de Minister de verkeerde categorieën uit de Regeling maatregelen sector onderwijs en wetenschappen toepaste.
De Raad vernietigt het bestreden besluit volledig en beveelt dat de Minister een nieuw besluit neemt, waarbij de vrijgelaten uren worden betrokken en de juiste sanctieregeling wordt toegepast. Tevens veroordeelt de Raad de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de BWOO-uitkeringen en opgelegde sancties wordt vernietigd en de Minister dient een nieuw besluit te nemen.