ECLI:NL:CRVB:2004:AR8519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen volgens de Werkloosheidswet
De zaak betreft een geschil over een maatregel opgelegd op grond van de Werkloosheidswet (WW) omdat gedaagde onvoldoende sollicitatie-inspanningen zou hebben verricht om werkloosheid te voorkomen. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verlaagde de WW-uitkering met 50% gedurende 16 weken wegens het niet nakomen van de sollicitatieplicht.
De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat appellant het causale verband tussen het onvoldoende solliciteren en het voortduren van de werkloosheid niet voldoende had aangetoond. Daarbij speelde mee dat gedaagde slechts in een korte periode niet solliciteerde en dat appellant geen overzicht van passende vacatures had overgelegd.
In hoger beroep is vastgesteld dat gedaagde in de week van 10 tot en met 16 september 2001 geen sollicitaties heeft verricht en daarmee de sollicitatieplicht heeft overtreden. De Centrale Raad oordeelt dat in beginsel bij het niet voldoen aan de norm van minimaal één sollicitatie per week het causale verband wordt aangenomen, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit tegenspreken. Van dergelijke uitzonderingen is hier geen sprake.
Daarom wordt het bestreden besluit van appellant in stand gelaten, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen blijft in stand.