ECLI:NL:CRVB:2004:AR8554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Intrekking van functiegebonden periodieke toeslag aan ambtenaar met terugwerkende kracht
De zaak betreft de intrekking van een periodieke toeslag toegekend aan een ambtenaar werkzaam bij Rijkswaterstaat. De ambtenaar was aanvankelijk bezoldigd in schaal 8 met een toeslag op grond van artikel 22a, eerste lid, van het BBRA. Na benoeming tot senior medewerker onderhoud in schaal 9 werd de toeslag opnieuw toegekend, maar later ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2000.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het intrekkingsbesluit wegens gebrek aan deugdelijke motivering en schending van het rechtszekerheidsbeginsel, omdat de ambtenaar de toeslag jarenlang had genoten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de intrekking terecht is, omdat de toeslag functiegebonden was en de ambtenaar een andere functie kreeg. De Raad stelt dat de intrekking met terugwerkende kracht niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, mede omdat ook de toekenning met terugwerkende kracht plaatsvond en nooit daadwerkelijk werd uitgevoerd.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de ambtenaar ongegrond. De discretionaire bevoegdheid van de minister om toeslagen toe te kennen en in te trekken wordt bevestigd, mits voldaan wordt aan de beginselen van behoorlijk bestuur. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de functiegebonden periodieke toeslag met terugwerkende kracht wordt als rechtsgeldig bevestigd en het beroep van de ambtenaar wordt ongegrond verklaard.