ECLI:NL:CRVB:2004:AS1909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag door herhaaldelijk te laat beginnen met werk
Appellant was sinds 1 augustus 2000 in dienst bij Value Boosters B.V. met variabele werktijden. Vanaf 1 maart 2001 werd hij verplicht om uiterlijk om 9.00 uur aanwezig te zijn op kantoor, hoewel er weinig werk was. Ondanks meerdere waarschuwingen bleef appellant herhaaldelijk te laat beginnen met zijn werkzaamheden.
De werkgever verleende toestemming voor ontslag, dat op 3 december 2001 inging. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde vervolgens de WW-uitkering omdat appellant zich verwijtbaar had gedragen door zijn te late komst, waardoor hij redelijkerwijs moest begrijpen dat dit tot ontslag kon leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de eis van een aanvangstijd van 9.00 uur niet onredelijk was en dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden conform artikel 24 WW Pro. Het ontslag was appellant in overwegende mate te verwijten, waardoor de weigering van de WW-uitkering terecht is gehandhaafd.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd omdat appellant verwijtbaar werkloos is geworden door herhaaldelijk te laat beginnen met zijn werkzaamheden.