ECLI:NL:CRVB:2004:AS3348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruikelijkheid van discusprothese als geneeskundige behandeling in ziekenfondsverzekering
Appellant, met langdurige rugklachten en eerdere operaties, verzocht vergoeding voor een discusprothese-operatie uitgevoerd in februari 2001. Gedaagde, het ziekenfonds, wees de aanvraag af omdat deze behandeling niet als gebruikelijk werd beschouwd binnen de kring van beroepsgenoten. Het hoger beroep spitste zich toe op de vraag of de discusprothese als gebruikelijke geneeskundige hulp kan worden aangemerkt.
De Raad overwoog dat volgens de Ziekenfondswet en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen de gebruikelijkheid van een behandeling wordt bepaald aan de hand van wetenschappelijke beproeving, internationale erkenning en vergoeding binnen het ziektekostenstelsel. Hoewel de behandeling in sommige landen werd toegepast en vergoed, ontbrak het in de relevante periode aan voldoende wetenschappelijk bewijs en consensus over de lange termijn effecten.
De Raad concludeerde dat de discusprothese ten tijde van het geschil (2001) niet voldoende was beproefd en dus niet als gebruikelijk kon worden aangemerkt. Het feit dat de behandeling eerder onder een andere code werd vergoed, deed hieraan niet af. Ook het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Haarlem werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding voor de discusprothese bevestigd.