ECLI:NL:CRVB:2008:BG6993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijkheid van het plaatsen van een discusprothese op lumbaal niveau voor vergoeding volgens de Ziekenfondswet
Appellante onderging in 2003 een operatie waarbij een discusprothese werd geplaatst op lumbaal niveau in Duitsland. Zorg en Zekerheid weigerde vergoeding omdat de behandeling volgens hen geen gebruikelijke behandeling was binnen de Ziekenfondswet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat onvoldoende wetenschappelijk bewijs van het hoogste niveau bestond om de behandeling als gebruikelijk te kwalificeren.
De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek, vroeg aanvullende informatie bij het College voor zorgverzekeringen (Cvz) en beoordeelde de stand van de wetenschap en praktijk in Nederland en internationaal. De Raad concludeerde dat het plaatsen van een discusprothese door de internationale beroepsgroep tot het aanvaarde arsenaal van medische behandelingen behoort en daarmee als gebruikelijk moet worden aangemerkt, ondanks het ontbreken van het hoogste niveau van wetenschappelijk bewijs.
De Raad stelde dat Zorg en Zekerheid onvoldoende rekening had gehouden met de mate van acceptatie in de praktijk en de vergoeding in andere landen. Het besluit van Zorg en Zekerheid werd vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met de Awb. Zorg en Zekerheid werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van Zorg en Zekerheid wordt vernietigd en zij wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de plaatsing van de discusprothese als gebruikelijke behandeling kan worden erkend.