ECLI:NL:CRVB:2005:AS3345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling loonadministratie en premieschattingsmethodiek horecaonderneming
Belanghebbende exploiteerde een horecabedrijf en voerde geen deugdelijke loonadministratie, met name ontbraken primaire bescheiden zoals dag-, uren- en aftekenlijsten. Naar aanleiding van een looncontrole voor de jaren 1993 tot en met 1997 legde het bestuursorgaan aanvullende correctienota’s op, gebaseerd op verklaringen van (ex-)werknemers en toepassing van het Fooienbesluit.
De rechtbank had het bezwaar deels gegrond verklaard en vernietigde afrekeningen die volgens haar besluiten in de zin van de Awb waren, maar handhaafde de overige correcties. Zowel belanghebbende als het bestuursorgaan gingen in hoger beroep tegen onderdelen van deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de afrekeningen geen besluiten zijn en dat het bestuursorgaan terecht de loonadministratie van belanghebbende verwierp vanwege ernstige tekortkomingen. De gehanteerde schattingsmethodiek, gebaseerd op verklaringen van werknemers en extrapolatie, is niet onaanvaardbaar. Vernietiging van de uitspraak van de rechtbank volgt en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
De Raad wijst erop dat vernietiging van primaire bescheiden door belanghebbende de betrouwbaarheid van de loonadministratie ondermijnt. Zelfs indien deze bescheiden bewaard zouden zijn gebleven, ontbreekt een betrouwbaar tegenonderzoek. Het beroep op eerdere jurisprudentie en het arrest van de Hoge Raad faalt vanwege de tekortkomingen in de administratie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee het recht van het bestuursorgaan om op basis van schattingen premies na te heffen bij onvoldoende loonadministratie en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.