ECLI:NL:CRVB:2005:AS3484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds december 1999 een bijstandsuitkering voor een alleenstaande ouder. Uit onderzoek bleek dat zij samen met haar partner, de vader van haar kind, een gezamenlijke huishouding voerde in dezelfde woning. Dit werd verzwegen, waardoor zij haar inlichtingenverplichting schond.
Op grond hiervan beëindigde en herzag de gemeente de uitkering en vorderde de gemaakte bijstandskosten terug. De rechtbank verklaarde de bezwaren ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen een toereikende grondslag boden voor de conclusie van gezamenlijke huishouding en dat appellante daardoor geen recht had op een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering werden niet aangetoond.
De Raad wees tevens op de mogelijkheid van cassatie tegen deze uitspraak en benadrukte dat aflossingsregelingen rekening houden met de beslagvrije voet, zodat de financiële positie van appellante wordt beschermd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van de gemaakte kosten wegens verzwegen gezamenlijke huishouding.