ECLI:NL:CRVB:2005:AS3591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens niet-werken door mist valt niet onder buitengewone natuurlijke omstandigheden
Gedaagde, werkzaam bij Corbeek Cable Technology Nederland BV, kon gedurende enkele uren verspreid over meerdere dagen niet werken vanwege mist die het zicht onder de veiligheidsnorm van 1500 meter bracht. Gedaagde vroeg een WW-uitkering aan, maar deze werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) afgewezen omdat mist niet valt onder de buitengewone natuurlijke omstandigheden zoals bedoeld in artikel 18 van Pro de WW.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat er geen sprake is van werkloosheid in de zin van artikel 16 WW Pro, omdat de werkgever het loon onverkort heeft doorbetaald en daartoe ook verplicht was op grond van het Burgerlijk Wetboek en de toepasselijke CAO.
De Raad oordeelt dat de loondoorbetalingsplicht uitsluit dat gedaagde werkloos is en dat daardoor de vraag of mist een buitengewone natuurlijke omstandigheid is, niet aan de orde komt. Verder erkent de Raad dat het Uwv in de praktijk bij vorst wel uitkeringen verstrekt, maar dat deze praktijk geen wettelijke grondslag heeft en niet geldt voor mist. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd.
Uitkomst: De aanvraag WW-uitkering wegens niet kunnen werken door mist wordt afgewezen omdat geen sprake is van werkloosheid en mist niet valt onder buitengewone natuurlijke omstandigheden.