ECLI:NL:CRVB:2005:AS3988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezagsverhouding en dienstbetrekking bij interim-management
De zaak betreft de vraag of de arbeidsverhouding tussen gedaagde en een interim-manager, werkzaam bij het Gemeentelijke Vervoersbedrijf te Amsterdam, kwalificeert als een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De rechtbank Rotterdam had geoordeeld dat er geen gezagsverhouding bestond en verklaarde het beroep van gedaagde gegrond. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), kwam hiertegen in hoger beroep.
De Raad heeft de arbeidsovereenkomst en de feitelijke omstandigheden onderzocht, waaronder de verplichting tot persoonlijke arbeid, loonbetaling, en de aanwezigheid van een schaduwmanager die toezicht hield. Hoewel de interim-manager een grote mate van vrijheid had en zich als zelfstandige manifesteerde, achtte de Raad het mogelijk dat gezagsuitoefening plaatsvond. De Raad concludeerde dat aan alle voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking werd voldaan.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarmee het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De uitspraak benadrukt dat vrijheid in de uitvoering van werkzaamheden niet uitsluit dat er sprake is van een dienstbetrekking indien andere voorwaarden daarvoor aanwezig zijn.
Uitkomst: Het beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd.