ECLI:NL:CRVB:2005:AS4154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening recht op bijstand wegens niet-vermelde inkomsten uit kermisattractie
Appellant ontving samen met zijn echtgenote bijstand naast een WAO-uitkering. Na ontvangst van jaarstukken over 1997-1999 betreffende de exploitatie van een kermisattractie door de echtgenote, herzag de gemeente Heerlen het recht op bijstand en vorderde terugbetaling van te veel ontvangen bijstand.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening en stelde beroep in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank het onderzoek niet correct had gesloten zonder toestemming van partijen, waardoor de uitspraak vernietigd werd.
De Raad stelde vast dat de herziening voor de periode vóór 1 juli 1997 niet op de juiste wettelijke grondslag was gebaseerd en vernietigde dat deel van het besluit. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel bleven echter in stand omdat de inkomsten uit de kermisattractie terecht in aanmerking waren genomen vanaf 1 juli 1997.
De Raad vond geen aanwijzingen voor het ontstaan van gerechtvaardigde verwachtingen bij appellant die het vertrouwensbeginsel zouden rechtvaardigen en geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Tot slot veroordeelde de Raad de gemeente in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van het recht op bijstand vóór 1 juli 1997 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.