ECLI:NL:CRVB:2005:AS4571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering onverschuldigde WW-uitkering na fraudeonderzoek
Deze zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de herziening van zijn WW-uitkering en de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Naar aanleiding van een fraudeonderzoek heeft het Uwv besloten de WW-uitkering van appellant met terugwerkende kracht te herzien en een bedrag van €35.822,85 terug te vorderen over de periode van 6 oktober 1997 tot en met 4 maart 2001. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden door het Uwv ongegrond verklaard.
De rechtbank Leeuwarden heeft het beroep van appellant tegen deze besluiten afgewezen. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, maar heeft zich in het hoger beroepschrift beperkt tot verwijzing naar eerdere gronden zonder nieuwe argumenten. De Raad heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te kennen en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de herziening en terugvordering van de WW-uitkering door het Uwv.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.