ECLI:NL:CRVB:2005:AS4595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nietigheid ontslag tijdens proeftijd na arbeidsongeval en weigering uitkering
Appellant trad op 18 april 2001 in dienst bij een werkgever met een proeftijd van een maand. Op 2 mei 2001 raakte hij gewond door een arbeidsongeval en meldde zich ziek. De werkgever ontsloeg appellant op 3 mei 2001 met verwijzing naar het proeftijdbeding.
Gedaagde stelde dat het proeftijdbeding ongeldig was volgens de toepasselijke CAO, waardoor het ontslag nietig was en appellant een loonvordering had kunnen instellen. Daarom weigerde gedaagde uitkeringen op grond van de Ziektewet en Werkloosheidswet wegens benadelingshandeling.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat het proeftijdbeding niet rechtsgeldig was en appellant loon had kunnen vorderen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan, wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd dat het ontslag tijdens de proeftijd niet rechtsgeldig was.