ECLI:NL:CRVB:2005:AS4597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging en beëindiging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant ontving een WW-uitkering en werd meerdere malen geacht onvoldoende te hebben gesolliciteerd. Na het niet voldoen aan de sollicitatieplicht legde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een korting van 30% op de uitkering op en weigerde later de uitkering geheel. Appellant betwistte deze maatregelen en stelde dat er geen verwijtbaarheid was en dat er geen passende vacatures waren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de eerste maatregel niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees de beroepen tegen de latere besluiten af. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en oordeelde dat appellant in de relevante perioden geen enkele sollicitatie had verricht, terwijl er geen geldige redenen waren om hiervan af te zien.
De Raad stelde vast dat appellant de minimumnorm van één concrete sollicitatie per week niet had nageleefd en dat dit een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, van de WW opleverde. Gezien de herhaalde overtredingen was het opleggen van de korting en de latere weigering van de uitkering terecht. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging en de blijvende weigering van de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen.