ECLI:NL:CRVB:2005:AS4747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet melden gezamenlijke huishouding en onjuiste woonplaats
Appellant ontving sinds 1993 een bijstandsuitkering die in 1996 werd omgezet naar de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een fraudemelding dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden, startte de gemeente een onderzoek. Dit leidde tot de intrekking van de bijstand over de periode 1995 tot 1998 en terugvordering van het betaalde bedrag.
De rechtbank oordeelde dat appellant vanaf 1 januari 1995 niet langer woonachtig was op het opgegeven adres en een gezamenlijke huishouding voerde met zijn partner, zonder dit te melden. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden. De terugvordering is volgens de Raad terecht en er is geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Appellant voerde aan dat het terug te vorderen bedrag onnodig hoog was door de lange periode tussen fraudemelding en intrekking, maar de Raad merkt op dat de wet de terugvordering verplicht stelt. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstandsuitkering met terugvordering wordt bevestigd.