ECLI:NL:CRVB:2001:AD5986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch. J.G. Olde-Kalter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering WAO-uitkering over periode mei-juli 1996 wegens onrechtmatigheid
Appellante, arbeidsongeschikt sinds mei 1995, ontving WAO-uitkeringen vanaf 13 mei 1996 na een arbeidsdeskundig advies gebaseerd op looninformatie van de werkgever. Gedaagde stelde later vast dat appellante meer dan haar loon ontving en vorderde onverschuldigde uitkeringen terug over drie perioden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze terugvorderingen ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad het besluit over de periode 13 mei tot 1 augustus 1996 omdat niet is gebleken dat appellante onjuiste inlichtingen heeft verstrekt die de toekenning veroorzaakten. Voor de latere perioden bevestigt de Raad de terugvordering omdat geen dringende redenen tot kwijtschelding zijn aangetoond.
De Raad overweegt dat de zes-maanden jurisprudentie niet meer van toepassing is sinds de wetswijziging per 1 augustus 1996, waardoor terugvordering verplicht is. De Raad veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante en bepaalt een vergoeding voor haar recht op inzage.
Uitkomst: Besluit tot terugvordering WAO-uitkering over 13 mei tot 1 augustus 1996 wordt vernietigd, overige terugvorderingen bevestigd en gedaagde veroordeeld in proceskosten.