ECLI:NL:CRVB:2005:AS4935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing verplichtingen op grond van artikel 113 Abw voor therapeutische behandeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Apeldoorn om hem voor de duur van één jaar te ontheffen van de verplichtingen uit hoofde van artikel 113, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Deze ontheffing was bedoeld om appellant in staat te stellen een therapeutische behandeling te ondergaan vanwege structurele functionele beperkingen die zijn reïntegratie op de arbeidsmarkt belemmeren.
De Raad heeft vastgesteld dat het besluit is gebaseerd op een psychodiagnostisch onderzoek van psycholoog M.J. Heurman, waaruit blijkt dat appellant op dat moment beperkte draagkracht, grote achterdocht en een tekortschietende coping vertoonde. Het advies tot behandeling is gericht op het verminderen van deze beperkingen. Het door appellant overgelegde rapport van M. van de Rijt, dat slechts een intakeverslag bevat zonder psychodiagnostisch onderzoek, kon het oordeel van de Raad niet wijzigen.
De Raad oordeelt dat het besluit van 5 oktober 2001 rechtmatig is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Zutphen die het beroep ongegrond verklaarde. De overige door appellant aangevoerde klachten over begeleiding naar werk vallen buiten het bestreden besluit en blijven buiten beschouwing. De Raad ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om appellant voor één jaar te ontheffen van zijn verplichtingen op grond van artikel 113 Abw.